Pinksteren met de Hebreeënbrief

Pinksteren met de Hebreeënbrief. Pinksteren is een feest dat, over het algemeen, slecht begrepen wordt. Met Pinksteren gaat het over ‘de Trooster Die ons beloofd, en gegeven is’. Deze Trooster is niemand anders dan de onzienlijke Christus. Hij komt in ons wonen direct op het moment dat wij tot geloof komen (kwamen).

Ook de Hebreeënbrief vindt men vaak wat ingewikkeld, maar aan het begin van deze Brief wordt vermeld waar het over gaat. De Brief gaat over ‘de Hemelse Positie van Christus’. De Brief gaat over ‘Christus Die opgewekt is’. De kern van deze Brief is dat niet alleen Christus in Die Positie is gesteld, maar ook Zijn Lichaam, de Gemeente. De Gemeente is mét Hem in die positie gesteld. De Gemeente is als collectief nu al in de Hemel gezet. Het is voor ons Christenen belangrijk dat wij doordrongen zijn van onze roeping.

Efeze 2
4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft,
5 Ook toen wij dood waren door de misdaden (zonden), heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden),
6 En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;

Vervanging

Johannes 14
16 En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;
17 [Namelijk] den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.
18 Ik zal u geen wezen laten; Ik kom [weder] tot u.

Vertroosting betekent  in de Bijbel altijd vervanging. Het betekent dat er iets beters voor in de plaats komt. ‘De andere Trooster’ is Christus, maar nu in een andere gedaante, namelijk als de Geest. De onzienlijke Christus heeft ‘woning gemaakt’ in elke gelovige. Het nieuwe leven vertroost ons, het oude leven is vergankelijk.

Johannes 15
26 Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u zenden zal van den Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van den Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.

Hebreeënbrief

Hebreeën 12
18 Want gij zijt niet gekomen tot den tastelijken berg, en het brandende vuur, en donkerheid, en duisternis, en onweder,
19 En tot het geklank der bazuin, en de stem der woorden; welke die ze hoorden, baden, dat het woord tot hen niet meer zou gedaan worden.
20 (Want zij konden niet dragen, hetgeen er geboden werd: Indien ook een gedierte den berg aanraakt, het zal gestenigd of met een pijl doorschoten worden.
21 En Mozes, zo vreselijk was het gezicht, zeide: Ik ben gans bevreesd en bevende).
22 Maar gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen;
23 Tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Rechter over allen, en de geesten der volmaakte rechtvaardigen;
24 En tot den Middelaar des nieuwen testaments, Jezus, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel.

Ook wij zijn priesters

Paulus legt hier uit ‘waar wij níet gekomen zijn’, en ‘waar wij wél gekomen zijn’. De Hebreeënbrief vindt men vaak de ingewikkeldste Brief om te lezen, maar aan het begin van de Brief wordt vermeld waar het over gaat. Het gaat over ‘de Hemelse Positie van Christus’. De Brief gaat over Christus Die opgewekt is. Sinds Zijn dood en Opstanding is Hij een verzoening voor onze zonden. In deze Positie is Hij gesteld tot de Zoon van God.

Dit is niet het héle verhaal, want in deze Positie is Hij tegelijkertijd gesteld tot ‘Hogepriester van het Nieuwe Verbond’. De kern van deze Brief is dat niet alleen Christus in Die Positie is gesteld, maar ook Zijn Lichaam, de Gemeente. De Gemeente is mét Hem in die Positie gesteld.

Efeze 2
5 Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden),
6 En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in (= samen met; in nauwe verbondenheid met) Christus Jezus;

Openbaring 1
6 En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.

Het Oude Verbond der Wet is vervallen

Romeinen 10
4 Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een ieder, die gelooft.

Galaten 3
11 En dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt voor God, is openbaar; want de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

Galaten 4
4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;
5 Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen aanstelling tot zonen verkrijgen zouden.

Bij de dood van de Heere Jezus, verviel het Oude Verbond der Wet, en in Zijn Opstanding begon het Nieuwe Verbond der Genade. Het Hogepriesterschap van de Heere Jezus Christus is daarom een Priesterschap onder het Nieuwe Verbond der Genade. Zijn Hogepriesterschap is bovendien een Hemels Priesterschap. Het is daarmee van Hogere en Betere orde dan het aardse priesterschap onder het Oude Verbond. In de Hebreeënbrief gaat het dus over Christus in Zijn Hemelse Positie. Dit wordt daar verder uitgelegd met verschillende plaatjes.

Hebreeën 11
39 En deze allen (‘wolk der getuigen’ = oudtestamentische gelovigen), hebbende door het geloof getuigenis gehad, hebben de belofte niet verkregen;
40 Alzo God wat beters over ons voorzien had, opdat zij zonder ons niet zouden volmaakt worden.

Zijn Roeping is ook onze roeping

Hebreeën 12
1 Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen (juiste vertaling = martelaren. In Hebreeën 11 worden, als voorbeeld, veel oudtestamentische gelovigen genoemd, die door hun geloof bleven volharden) rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid (= passie en volharding) lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; (dit is de loopbaan van Christus die ons weerspiegeld wordt)
2 Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons van God.

22 Maar gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen;
23 Tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Rechter over allen, en de geesten der volmaakte rechtvaardigen;

Hij is het Hoofd en wij zijn Zijn Lichaam

In Hebreeën 12 legt Paulus uit dat het Hogepriesterschap van de Heere Jezus Christus in de Hemel ook ónze roeping is. Het is ook ónze positie, en het is ook ónze toekomstbestemming. Daar zouden wij ons bewust van zijn. Alles wat Christus nu doet en Wie Hij is, daarin zijn ook wij geheiligd. Hij het Hoofd en wij Zijn Lichaam; samen één. Paulus wil ons daarvan doordringen in Zijn Brief. Hij zegt: ‘als je bij Christus wil horen, weet dan Wie Hij is, want je hebt dezélfde positie als Hij’. Wij zouden vanuit de Schrift weten wélke loopbaan Christus loopt, Hij is onze Leidsman die wij zouden volgen. Als we op Hém zien, leren we ook onszelf kennen. 

Hij wil ons opvoeden tot erfgenamen

Hebreeën 1
1 God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;
2 Welken Hij gesteld (= aangesteld) heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft;

Christus is, in Zijn Opstanding, de Eersteling van de nieuwe Schepping, en daarmee is Hij bestemd voor de Heere Zelf. Hij is bestemd voor de Troon in de Hemel, en ook wij zijn bestemd voor de Hemel. Dat is een belangrijke uitnemende positie. Christus is tot Zoon aangesteld door God, en daarom zouden ook wij tot zonen aangesteld worden. Zonen zijn erfgenamen.

Hij wil altijd het beste voor ons

‘Laten wij ons dan opvoeden door de Vader, zodat ook wíj volwassen Zonen worden’. Hij zal ons dan kastijden, maar uiteindelijk zal dat ons ten goede komen. Een aardse vader wil óok altijd het beste voor zijn kinderen, hij wil dat ze op hun toekomst zijn voorbereid. Een kind leeft in het hier en nu, en wil het nú hebben: ‘want ik vind dit niet leuk’. Maar een volwassene zou verder kijken. Over zaken heen kunnen kijken, op wat daarna volgt. Ergens doorheen gaan, en weten dat het daarna beter wordt. Net zoals de Heere Jezus over het kruis héén keek naar de Heerlijkheid die op Hem wachtte.

Erfgenaam en mede-erfgenamen in Christus

Hebreeën 12
2 Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen (de Heere Jezus keek over het lijden héén), en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God.

6 Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij (= opvoeden), en Hij geselt (straffen) een iedere zoon, die Hij aanneemt.
7 Indien gij de kastijding (opvoeding) verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?)
8 Maar indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden, en niet zonen.

11 En alle kastijding als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn (verzoeking tot beproeving); doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen, die door dezelve geoefend zijn.

Romeinen 8
14 Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
15 Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!
16 Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.
17 En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

Niet gekomen tot de tastbare berg

Hebreeën 12
18 Want gij zijt niet gekomen tot den tastelijken berg (Sinaï ofwel Horeb), en het brandende vuur, en donkerheid, en duisternis, en onweder,
19 En tot het geklank der bazuin, en de stem der woorden; welke die ze hoorden, baden, dat het woord tot hen niet meer zou gedaan worden.
20 (Want zij konden niet dragen, hetgeen er geboden werd (de Wet; al de werken van de Wet): Indien ook een gedierte den berg aanraakt, het zal gestenigd of met een pijl doorschoten worden.
21 En Mozes, zo vreselijk was het gezicht, zeide: Ik ben gans bevreesd en bevende).
22 Maar gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen;

Beter positie

Wij hebben een betere positie dan alle Oudtestamentische gelovigen. ‘Wij zijn niet tot het één genaderd, maar tot het ándere’. We zijn níet gekomen tot de tastbare berg, het brandende vuur, de donkerheid, duisternis en het onweer. Dit zijn allemaal zaken die gebeurden toen het Volk Israël de Wet kreeg onder het Oude Verbond. Dat was angstaanjagend, en alleen Mozes mocht de berg op, want God zou spreken tot het Volk. De omstandigheden laten typologisch al zien, dat er niet veel goeds uit voort zou komen. Typologisch staan zij voor het leven onder het Oude Verbond.

Exodus 20
18 En al het volk zag de donderen, en de bliksemen, en het geluid der bazuin, en den rokenden berg (= de berg Sinaï ofwel de berg Horeb); toen het volk zulks zag, weken zij af, en stonden van verre;
19 En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, en wij zullen horen; en dat God met ons niet spreke, opdat wij niet sterven!
20 En Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen, opdat Hij u verzocht, en opdat Zijn vreze voor uw aangezicht zou zijn, dat gij niet zondigdet.
21 En het volk stond van verre; maar Mozes naderde tot de donkerheid, alwaar God was.

LEES VERDER IN DE PDF PINKSTEREN MET DE HEBREEËN-BRIEF

Pinksteren met de Hebreeënbrief


Pinksteren met de Hebreeënbrief

Reageren