Kolossensen 3
1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt (bedenkt) de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.
2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
3 Want gij (de natuurlijke mens; het zondige vlees) zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.
4 Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
Ikzelf vind dit hele mooie verzen. Een reminder als ik mezelf dreig te verliezen ‘in de waan van alle dag’. Focussen op wat écht belangrijk is. Ons leven hier is immers eindig, vroeg of laat gaan we dood. Alle zienlijke dingen hier op aarde zijn tijdelijk, in onze laatste jas zitten geen zakken. Ook al onze wereldse kennis gaat straks verloren. Bachelor, Master, gelezen boeken, gekeken documentaires, conferenties, en seminars; al deze kennis is straks weg. Bovenstaande verzen staan dan ook niet voor niets in Zijn Woord. In het Evangelie staat het in andere woorden; ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God’, dan zullen ook de aardse dingen ons geschonken worden.
2 Korinthe 4
18 Dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.
Toekomende stad
Kolossensen 3
1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.
Paulus roept ons op om ‘de dingen te bedenken die Boven zijn’. Je zoekt de dingen die Boven zijn, door jouw gedachten te laten bepalen door Zijn Woord. Door je daarop te richten. De focus ligt dan op Hem, op het geestelijke. ‘Als je samen met Christus uit de dood bent opgestaan, en nieuw leven hebt gekregen, richt je dan op de dingen in de Hemel. Dat is de plek waar Christus zit, aan de rechterhand van God.’ Wij gelovigen zouden de toekomende stad zoeken, want we weten dat we hier geen blíjvende stad hebben, staat in de Hebreeënbrief. We zouden op Hém zien, en Zijn navolgers zijn.
Hebreeën 13
14 Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.
Wat doet Christus in onze dagen?
Johannes 8
23 En Hij zeide tot hen: Gijlieden zijt van beneden, Ik ben van boven; gij zijt uit deze wereld, Ik ben niet uit deze wereld.
Onze gedachten, onze harten zouden uitgaan naar het Hoofd, de Heere Jezus Christus. ‘Ik ben van Boven, en jullie zijn van deze wereld’. Dat is dus hier beneden. ‘Christus, zittende aan de Rechterhand Gods, in de Hemel der Hemelen’, geeft ook meteen een plaatsbepaling aan! Wat Hij daar doet, zou dus mede onze gedachten bepalen. Veel Christenen, waaronder ikzelf ooit, hebben (in hun kerk) nog nooit gehoord, of gelezen, wát de Heere Jezus Christus in onze dagen doet. Wat is Zijn Functie, sinds Hij is opgestaan uit de dood? De Functie die Hij op zich genomen heeft is ‘Hogepriester van het Nieuwe Verbond, naar de Ordening van Melchizédek’. Zijn Positie is, ‘aan de Rechterhand van God in de Hemel’. (zie ook de studies ‘Wat doet Christus in onze dagen? Hebreeën 9’ en ‘De Hogepriester’)
Psalm 110
4 De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.
5 De HEERE is aan Uw rechterhand; Hij zal koningen verslaan ten dage Zijns toorns.
Onze oude mens is gestorven
Wij leren uit de Bijbel wat Hij ‘Boven’ doet, en wat Hij van ons verlangt. Wij zouden onze oude mens, en de oude Schepping voor dood houden. Onze oude mens is immers gestorven met de Heere Jezus aan het kruis. Het is de bedoeling dat wij het nieuwe (Opstandings-) leven leven. Hier en nu. Dat is het leven van Christus, Zijn Geest, in ons. Wij zijn immers met Hem begraven, en met Hem weer opgestaan. Opgestaan in de nieuwe Schepping. En straks zullen wij mét Hem geopenbaard worden. Wij zijn nieuwe schepselen.
De Heere Jezus Christus verzoent momenteel, als Hogepriester, onze zonden bij God de Vader. Onze oude mens loopt immers nog hier op aarde. Door die vergeving van zonden is het mogelijk dat wij, nog in het zondige vlees, de Heere kunnen dienen. En dat is ook precies Zijn bedoeling!
Romeinen 6
6 Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen.
2 Korinthe 5
15 Als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn (voor God is elk natuurlijk mens dood; geen contact met God mogelijk). En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.
—
17 Zo dan, indien iemand in Christus is (één Plant met Hem is; Zijn Lichaam is; gelovigen), die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan (de oude mens, de oude Schepping, het Oude Verbond der Wet, de dood, de satan), ziet, het is alles nieuw geworden.
Ons leven in Zíjn Hand
De Heere Jezus Christus is dus bezig met Hogepriesterlijk Werk. Hij bidt voor ons bij de Vader. Hij is bezig ons op te voeden (kastijden); Hij gebruikt verzoekingen als beproevingen. Wij zouden deze verzoekingen zonder gemor aanvaarden, want de Heere heeft immers gezegd dat Hij ‘alle dingen zou doen medewerken ten goede’. Hij wil ons leiden naar de Erfenis, we zijn immers mede-erfgenamen van Christus. Zijn Geest wil ons leiden naar dit Zoonschap. Als wij ons overgeven aan Hem, en Zijn Woord, heeft Hij heel wat dingen in de hand! Voor ons heeft het leven eigenlijk alleen maar zin als het verband houdt met de ‘Hemelse dingen’.
Als God naar ons kijkt, ziet Hij Zijn Zoon
Kolossensen 3
2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
3 Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.
Wij hebben eigenlijk niet eens het recht om aardse dingen te bedenken! Wij zijn immers met Hem gestorven en samen met Hem opgestaan in de nieuwe Schepping. Van Hem hebben wij eeuwig leven ontvangen doordat Zijn Geest in onze harten is gestort. Het is ‘Christus in mij’. God ziet niet meer op onze oude, natuurlijke mens. Deze is dood voor God. God ziet Zijn kinderen alleen in (in nauwe verbondenheid; samen met) Christus. Als God naar ons kijkt, ziet Hij Zijn Zoon. Wij als gelovigen zijn Zijn Lichaam, het Hoofd is Christus.
Romeinen 6
4 Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop (= onderdompeling; deel hebben aan) in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.
5 Want indien wij met Hem één Plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding;
6 Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde (onze zondige oude mens is dood voor God; God ziet ons alleen in Christus), opdat wij niet meer de zonde dienen.
Galaten 2
20 Ik (onze oude, natuurlijke mens) ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij (Zijn Geest leeft in ons hart); en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.(= de Hogepriester Die onze zonden vergeeft. Het Bloed van de Hogepriester reinigt ons)
Heiligen
Efeze 5
26 Opdat Hij (Christus) haar (de Gemeente, Zijn Lichaam) heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord;
27 Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.
Het is belangrijk dat je weet wát het Werk van onze Hogepriester inhoudt. Als Hoofd van de Gemeente heiligt Hij de Gemeente, nadat Hij haar gereinigd heeft. Als Hogepriester verzoent Hij Zijn Lichaam met God de Vader. Elk gelovig, en dus wedergeboren, mens bezit de Heilige Geest, en is daarmee heilig. Heilig betekent ‘bekwaam gemaakt tot dienst aan de Heere’. Uit de wereld genomen, en apart gezet. Gewijd aan de dienst van God. Dus in staat om de Heere te kunnen dienen. Hem dienen is een keuze. Je dient de Heere door je te onderwerpen aan Hem en Zijn Woord, zodat Zijn Geest een werk kan doen in, en door jou. Let op; we hoeven niet zélf te werken, dat is Wettisch.
2 Korinthe 3
6 Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars des Nieuwen Testaments (Nieuwe Verbond der Genade), niet der letter (= Oude Verbond der Wet), maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.




