De Brief van Judas

De Brief van Judas, lezen vers 1-25.

De Brief van Judas aan de gelovigen

De Brief van Judas is toepasbaar in onze tijd (de vijfde Bedeling), maar deze Brief spreekt, in de eerste plaats, over de zesde Bedeling, en krijgt dus pas in de toekomst haar volle toepassing.

Bij de Wederkomst van Christus, zal het Hemelse Koninkrijk zich vanuit de Hemel, in etappes, uitbreiden over de aarde. De gelovigen leven dan 33 jaren over de hele aarde. Dat is voordat de satan voor duizend jaren gebonden is. Als dat het geval is, is het Koninkrijk van Christus op aarde gevestigd. In afwachting daarvan hebben zij deze Brief van Judas.

Ongelovigen

Judas spreekt over de mensheid in het algemeen, hij spreekt over ongelovigen. Hij waarschuwt tegen de situatie van de wereld, zodat de gelovigen die zouden herkennen, en er afstand van zouden nemen. De Brief van Judas lijkt veel op de tweede Brief van Petrus. Beide Brieven gebruiken vaak dezelfde uitdrukkingen, maar spreken toch over verschillende zaken.

Petrus spreekt in zijn tweede Brief over ontrouwe kinderen van God, en Judas heeft het over ongelovigen. Ongelovigen gaan verloren, ontrouwe kinderen van God zijn behouden, maar zonder Erfenis.

Grondtekst

Dit is de één na laatste Brief van het Nieuwe Testament, hierna is er alleen nog het Boek Openbaring. In mijn Bijbel staat boven de Brief; ‘De algemene brief van de apostel Judas’, en aan het einde van de Brief staat; ‘Einde van de algemene brief van de apostel Judas’.

Apostel staat echter niet in de grondtekst, dat heeft men er later tussen gevoegd. In de Griekse grondtekst staat er: ‘Judas’, of ‘Brief van Judas’. Dat geeft direct een beetje verwarring. Het Nieuwe Testament kent meerdere volgelingen van Jezus met diezelfde naam. Wie van deze is dan Judas van de Brief Judas?

Judas

1 Judas, een dienstknecht van Jezus Christus, en broeder van Jakobus, aan de geroepenen, die door God den Vader geheiligd zijn, en door Jezus Christus bewaard:

Wie is Judas?

Judas
17 Maar geliefden, gedenkt gij der woorden, die voorzegd zijn van de apostelen van onzen Heere Jezus Christus;

De schrijver noemt zichzelf in het eerste vers; ‘Judas, een dienstknecht van Jezus Christus, en broeder van Jakobus’. Het is in ieder geval niet één van de twee apostelen met de naam Judas. Er was een apostel ‘Judas Taddeüs’ (Jakobi), en een apostel ‘Judas Iskariot’, de verrader. De schrijver van deze Brief stelt zichzelf, in vers 17, duidelijk náást de twaalf apostelen. Er staat dat Judas ‘een broeder van Jakobus’ is, dan moeten we dus kijken wie deze Jakobus is.

1a … en broeder van Jakobus

Maria niet altijd maagd

Mattheüs 1
18 De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want als Maria, zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren (voordat zij gemeenschap hadden), werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest.
19 Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten.
20 En alzo hij deze dingen in den zin had, ziet, de engel des Heeren verscheen hem in den droom, zeggende: Jozef, gij zone Davids! wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit den Heiligen Geest;
21 En zij zal een Zoon baren 
(100% mens), en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken (=verlossen) van hun zonden.
22 En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden, hetgeen van den Heere gesproken is, door den profeet, zeggende:
23 Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Emmanuël; hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.
24 Jozef dan, opgewekt zijnde van den slaap, deed, gelijk de engel des Heeren hem bevolen had, en heeft zijn vrouw tot zich genomen;
25 En bekende 
(=gemeenschap hebben met) haar (Maria) niet, totdat zij dezen haar eerstgeboren Zoon gebaard had; (ze had geen gemeenschap met Jozef totdat Jezus geboren was, maar daarna hadden zij dus wél gemeenschap met elkaar. Maria is dus geen maagd gebleven) en heette Zijn naam JEZUS.

Judas is een halfbroer van de Heere Jezus

Jakobus is de oudste halfbroer van de Heere Jezus, dus is Judas ook een halfbroer. De Heere Jezus is niet geboren door gemeenschap van Jozef en Maria, maar uit de Geest, en de maagd Maria. Daarná hebben Jozef en Maria, volgens de Bijbel, samen nog kinderen gekregen.

In het Grieks staat dat Jakobus een broer, in de letterlijke zin van het woord is; ‘adelphos’. Als we de Bijbelteksten over de Heere Jezus en Zijn halfbroers- en zusters, en hun moeder Maria bekijken, dan moet het opvallen dat ze steeds mét elkaar genoteerd staan. Het is een eenheid, steeds gemeld als één familie. Zo wordt het ons gepresenteerd in de Bijbel.

De Roomse Kerk stelt zich boven de Bijbel, en houdt vol dat Maria (ook al getrouwd met Jozef!) altijd maagd is gebleven. Dit is on-Bijbels. (zie ook de studie op Bijbelschool Vlichthus ‘Had de Heere Jezus halfbroers en -zussen?’)

Marcus 6
2 En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?
3 Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses (Jozef), en van Judas en Simon (4 jongens), en zijn Zijn zusters (dus minimaal 2 maar niet met naam genoemd) niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geërgerd.

Mattheüs 13
55 Is Deze niet de Zoon des timmermans? en is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses (= Jozef), en Simon en Judas?
56 En Zijn zusters (minimaal 2 maar niet met naam genoemd), zijn zij niet allen bij ons? Van waar komt dan Dezen dit alles?

Bescheidenheid

1 Korinthe 9
1 Ben ik (Paulus) niet een apostel? Ben ik niet vrij? Heb ik niet Jezus Christus, onzen Heere, gezien? Zijt gijlieden niet mijn werk in den Heere?
2 Zo ik anderen geen apostel ben, nochtans ben ik het ulieden; want het zegel mijns apostelschaps zijt gijlieden in den Heere.
3 Mijn verantwoording aan degenen, die onderzoek over mij doen, is deze.
4 Hebben wij niet macht (de vrijheid), om te eten en te drinken?
5 Hebben wij niet macht (de vrijheid), om een vrouw, een zuster zijnde, met ons om te leiden, gelijk ook de andere apostelen, en de broeders des Heeren, en Cefas?

Uit bovenstaande tekst van Paulus aan de inwoners van Korinthe, blijkt dat Judas getrouwd was. Hij diende de Gemeente als reizende prediker, of zendeling. Hij is bescheiden en eerbiedig, en beroept zich nergens op het feit dat hij een halfbroer is van de Heere Jezus. Zowel Judas als Jakobus, halfbroers van de Heere Jezus, zijn tot geloof gekomen ná de Opstanding van Christus. De anderen worden hierin niet genoemd.

1 Judas, een dienstknecht van Jezus Christus, en broeder van Jakobus

Erfgenamen

Johannes 7
1 En na dezen wandelde Jezus in Galilea; want Hij wilde in Judea niet wandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden.
2 En het feest der Joden, namelijk de loofhuttenzetting, was nabij.
3 Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet.
4 Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelven aan de wereld.
Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem.

Juda(s) betekent: ‘geprezen, hij die looft, hij die dankt, hij die belijdt’. Daarmee is hij een type van de gelovige mens in het algemeen. Zijn vier halfbroers geloofden aanvankelijk niet in de Heere Jezus. Pas later zijn, in ieder geval, Jakobus en Judas, Christen geworden.

In het Nieuwe Testament van de Bijbel staat zowel een Brief van Jakobus, als van Judas. Jakobus, kennelijk de oudste, en Judas de jongste (?), waren erfgenamen volgens de ‘aardse lijn’, omdat Hij afwezig was. Jakobus was de eerste rechthebber (na de Heere Jezus Christus) op de troon van David. De broers van de Heere Jezus stamden zowel van de kant van moeder als die van vader af van David. Beiden noemen zich ‘een dienstknecht van de Heere Jezus’. Zij weten uiteindelijk dus hun plaats.

1b aan de geroepenen, die door God den Vader geheiligd zijn, en door Jezus Christus bewaard:

Geroepenen zijn gelovigen

Vers    1 –    3      gericht aan gelovigen
Vers    4 –  16     gaat over ongelovigen
Vers  17 –  25     gericht aan gelovigen

1 Korinthe 1
21 Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven;

24 Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods.

26 Want gij ziet uw roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees (=de oude mens voor dood houden, en de nieuwe mens in Christus aandoen. Leven onder Leiding van de Heilige Geest), niet vele machtigen, niet vele edelen.
27 Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen;

In sommige vertalingen staat er ‘geliefd’, in plaats van ‘geheiligd’. Uit bovenstaande verzen uit de Korinthe-brief blijkt dat degene die het gepredikte Evangelie geloven, geroepen en uitverkoren zijn door God. Alles begint met geloof. Geroepenen zijn dus gelovigen. De doelgroep van de Brief van Judas zijn gelovigen.

Roeping in het heden en in de toekomst

Waartoe zijn deze gelovigen geroepen? De Gemeente, in onze dagen, is geroepen tot gemeenschap met de Heere Jezus Christus. We zijn nu geroepen tot vrede, tot heiligmaking, en tot vrijheid. Wat de toekomst betreft zijn wij geroepen tot verkrijging van Heerlijkheid van de Heere Jezus Christus, geroepen ‘tot Zijn eeuwige Heerlijkheid’. Roeping heeft dus een doel in het heden, en in de toekomst.

1 Judas, een dienstknecht van Jezus Christus, en broeder van Jakobus, aan de geroepenen, die door God den Vader geheiligd zijn, en door Jezus Christus bewaard:

Door God de Vader geheiligd

Dit gaat over de positie van gelovigen. Hoe zijn wij dan geheiligd? Wij zijn geheiligd in de Heere Jezus Christus. ‘In’ betekent ‘samen met’, of ‘in nauwe verbondenheid met’. In Zijn Opstanding zijn alle gelovigen één Plant, één levend Organisme, geworden met Christus.

Hij is het Hoofd, en de Gemeente is Zijn Lichaam. Door het aanroepen van de Naam van de Heere Jezus Christus, en door de Heilige Geest Die in alle gelovigen woont, zijn wij geheiligd. Geroepenen zijn door God de Vader geheiligd. (De Roomse kerk gebruikt het begrip heilig op een on-Bijbelse manier)

1 Korinthe 1
2 Aan de Gemeente Gods, die te Korinthe is, den geheiligden in Christus Jezus, den geroepenen heiligen, met allen, die den Naam van onzen Heere Jezus Christus aanroepen in alle plaats, beide hun en onzen Heere;
3 Genade zij u en vrede van God onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

1 Korinthe 6
11 En dit waart gij sommigen (zondaars); maar gij (die leeft in gemeenschap met Christus) zijt afgewassen (vrij van zonden), maar gij zijtgeheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in (samen met; in nauwe verbondenheid met) den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods;

 LEES VERDER IN DE PDF: DE BRIEF VAN JUDAS

De Brief van Judas

Reageren