De Bergrede

Een schepje bovenop

Lees Mattheüs 5; 17- 48

In de Bergrede houdt de Heere Jezus zijn toehoorders de Wet voor. ‘Gij hebt gehoord dat er geschreven is…’, en ‘door de ouden is gezegd…’. Dit zijn verwijzingen naar de Wet. Maar Hij is niet bereid om iets aan de Wet tekort te doen. Wij krijgen eerder het idee dat de Heere Jezus er in de Bergrede zelfs nog een schepje bovenop doet! De Heere Jezus zegt in feite dat de Wet eigenlijk nog veel zwaarder is. Want alleen al bij zondige begeerten of gedachten zijn we in overtreding. Of we deze zondige gedachten uitvoeren of niet, dat maakt geen verschil.

Gij zult geen overspel doen

’Gij zult geen overspel doen’, zegt de Wet. Maar de Heere Jezus zegt; ‘als je alleen al kijkt om te begeren, heeft iemand al overspel gedaan’. Dat is pittig. Overspel zouden we dan nog kunnen voorkomen, maar iemand zien en in gedachten begeren, kan gebeuren voordat je er erg in hebt. Dat is niet te voorkomen. Onze gedachten komen en gaan en kunnen wij immers nauwelijks sturen. Maar wat je er tegen kunt doen, staat in de volgende verzen…

Mattheüs 5
29 Indien dan uw rechteroog u ergert (= doet struikelen), trekt het uit, en werpt het van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.
30 En indien uw rechterhand u ergert, houwt ze af, en werpt ze van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.

Het Oude Verbond der Wet

De Heere Jezus haalt de Wet aan. Ten tijde van de Heere Jezus leefde men onder de Wet. Het Oude Verbond der Wet liep wel tegen het einde, maar werd pas vervuld bij de dood en Opstanding van de Christus. Dus de Heere Jezus hanteert hier dan ook de Wet. De Heere Jezus geeft uitleg. Hij zegt hoe het allemaal in elkaar zit, wat de strekking ervan is.

Doe dit, en gij zult leven

Deuteronomium 6
24 En de HEERE gebood ons te doen al deze inzettingen, om te vrezen
(= ontzag hebben voor) den HEERE, onzen God, ons voor altoos ten goede, om ons in het leven te behouden, gelijk het te dezen dage is.
25 En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft.

Mijn inzettingen en Mijn rechten

Leviticus 18
1 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2 Spreek tot de kinderen Israëls en zeg tot hen: Ik ben de HEERE, uw God!
3 Gij zult niet doen naar de werken des Egyptischen lands, waarin gij gewoond hebt; en naar de werken des lands Kanaän, waarheen Ik u brenge, zult gij niet doen, en zult in hun inzettingen niet wandelen.
4 Mijn rechten zult gij doen, en Mijn inzettingen zult gij houden, om in die te wandelen; Ik ben de HEERE, uw God!
5 Ja, Mijn inzettingen en Mijn rechten zult gij houden; welk mens dezelve zal doen, die zal door dezelve leven; Ik ben de HEERE!

De zondaar zal sterven

Ezechiël 18
4 Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven.

De Wet, onder het Oude Verbond, schrijft voor dat de zondaar zal sterven. De Heere Jezus is, plaatsvervangend, voor ons zondaren, gestorven. De Heere Jezus droeg als Losser de zonden van de hele mensheid en moest dus sterven. Daarmee heeft Hij de eis van de Wet vervuld. In Zijn Opstanding begon het Nieuwe Verbond der Genade. In Zijn Opstanding was de Heere Jezus Christus de Eersteling van een nieuwe Schepping.

Galaten 4
4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet
5 Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen zoonstelling verkrijgen zouden.

Het is onmogelijk om de hele Wet te doen

De Israëlieten, de toehoorders van de Heere Jezus, behoorden te weten dat de Wet zegt; ‘doet deze dingen, en gij zult leven’. De Wet te houden, was de enige manier om daaruit leven te ontvangen. Maar zelfs als wij de Wet oppervlakkig lezen zien wij eigenlijk al direct dat de mens zich onmogelijk aan al deze zaken kan houden. Er is er vast wel één gebod waar we ons niet aan hebben gehouden. Bovendien waren er veel meer artikelen dan deze geboden die de Heere Jezus noemt. En als men één lid van de Wet volbrengt, is men schuldenaar om de hele Wet te doen. Anders is alles tevergeefs. Onmogelijk dus…

Galaten 5
1 Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.
2 Ziet, ik Paulus zeg u, zo gij u laat besnijden, dat Christus u niet nut zal zijn.
3 En ik betuig wederom een ieder mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.
4 Christus is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen.

Ons vleselijk lichaam kán niet anders dan zondigen

Romeinen 8
7 Daarom dat het bedenken des vleses
(de oude mens; de natuurlijke mens) vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.
8 En die in het vlees zijn (de oude mens, de natuurlijke mens), kunnen Gode niet behagen.

De mens kán niet gehoorzamen aan de Wet, staat in de Bijbel. En wat doet men dan om anderen tóch onder de Wet te plaatsen? Dan komt men aanzetten met de Bergrede… (!) Maar men past ‘m niet toe, want dat lukt natuurlijk niet. Men haalt er stukjes van los; er worden enkele zaken uit geciteerd. Voor wat goed uitkomt. Voor eigen doeleinden. Wij, als kinderen van God, houden ons primair niet aan de Bergrede. Wij leven niet onder de Wet. Onder geen enkele Wet. En dus ook niet onder de Bergrede.

Norm voor een Christelijk leven?

Nog steeds zijn er Christenen die deze Bergrede en de Wet, zien als norm voor het dagelijks leven van een gelovige. Waarom wordt hij dan niet toegepast? Nou, omdat het dus niet werkt! Want welke delen van ons lichaam zouden we nog overhouden, als we alles moesten afhakken wat ons doet struikelen?? Het oog en de rechterhand en… De oude mens houdt zich nu eenmaal niet aan de Wet van God. Omdat hij dat niet kan. De mens kan zich aan geen enkele Wet houden. Ons vleselijk lichaam is zondig geboren. Wij hebben te maken met de erfzonde. (zie ook de studie ‘Wat is erfzonde?’)

Evangelische Omroep

De EO zegt online dat ‘de Bergrede voor mensen is, die graag willen leven zoals God het wil. De Heere Jezus legt in de Bergrede precies uit wat Hij van Zijn leerlingen verwacht’. Daarmee slaat ook de EO de plank finaal mis. Wij hoeven voor God namelijk aan geen enkele regel of Wet te voldoen. Wij leven niet meer onder het Oude Verbond der Wet, maar onder het Nieuwe Verbond der Genade. Het enige wat Hij vraagt, is een gelovig hart. (zie ook de studie ‘Alleen geloof’)

Alleen door geloof gerechtvaardigd voor God

19 Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
20 Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.
21 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:
22 Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.
23 Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;
24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;

Afdingen en afbreuk

Wat men vandaag doet met de Bergrede, deed men ten tijde van de Heere Jezus met de Wet. Men zegt de Bergrede te  hanteren, maar doet het niet. Vooral Christelijke politieke partijen hebben hier een handje van. Men gaat eerst afdingen op de zaken die de Heere Jezus genoemd heeft. De Farizeeën, ten tijde van de Heere Jezus, deden exact hetzelfde met de Wet. De Oud Testamentische Wet zodanig interpreteren dat ermee viel te dealen. Men had dus wel degelijk door dat er niet onder de Wet van God te leven viel.

Regel op regel

Jesaja 28
13 Zo zal hun het woord des HEEREN zijn; gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.

De regels stapelden zich op, maar daarmee deed men de Wet van God juist tekort. En in feite gaat de Heere Jezus in deze redevoering in op het doen en laten van de Schriftgeleerden en de Farizeeën; de Wet hanteren, en er vervolgens afbreuk aan doen.

Mattheüs 5
20 Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan. (de Heere Jezus zegt; jullie moeten beter zijn dan de Schriftgeleerden, anders komen jullie er zéker niet…)

Eigen interpretatie van de Wet

Daarom kon Paulus ook zeggen dat hij, naar de rechtvaardigheid die uit de Wet van God was, onberispelijk was. Hij bedoelde hiermee dat hij zich gehouden heeft aan de interpretatie van de Wet, zoals die gangbaar was in Israël. De interpretatie van de Schriftgeleerden en Farizeeën. Maar bij andere gelegenheid was hij zeer duidelijk; aan de Wet van God is niet te voldoen.

Filippensen 3
5 Besneden ten achtsten dage, uit het geslacht van Israël, van den stam van Benjamin, een Hebreër uit de Hebreën, naar de wet een Farizeër;
6 Naar den ijver een vervolger der Gemeente; naar de rechtvaardigheid, die in de wet is, zijnde onberispelijk.
7 Maar hetgeen mij gewin was (Paulus had aanzien als Wetgeleerde), dat heb ik om Christus’ wil schade geacht.

Het vlees, de oude mens, kán niet anders dan zondigen

Romeinen 7
21 Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt.
22 Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens (de nieuwe mens in Christus);
23 Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is.
24 Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?
25 Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere.
26 Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed (de nieuwe mens in Christus) de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde. (De oude mens kan niet anders dan zondigen, maar God ziet ons alleen naar de nieuwe mens in Christus; onberispelijk en dus volmaakt.)

Geen verbetering

De Wet kan nooit de verbetering van de oude mens tot doel hebben gehad. Alsof de Heere niet weet dat de zondige natuur van de mens onverbeterlijk is! De Heere heeft de Wet niet gegeven om de mens te verbeteren. Daar was meer voor nodig…

De heerschappij van de zonde is overwonnen

Door Zijn dood en Opstanding zijn wij, in Hem, nieuwe schepselen. De Heere heeft daarmee de heerschappij van de zonden overwonnen. De zonden van de oude mens zijn er nog wel, maar behoren tot de oude Schepping, en die oude Schepping is dood voor God. (zie studie ‘wat is erfzonde’) Wij leven nog in ons oude vlees, en zondigen gewoon door, maar de Genade van de Heere Jezus Christus is krachtiger dan onze zonden. Hij heeft immers de zonde overwonnen?! De Wet is aan het kruis genageld.

1 Korinthe 15
55 Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?
56 De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet.
57 Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus.

Kolossensen 2
13 En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende;
14 Uitgewist hebbende het handschrift (de Wet), dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve (de Wet) uit het midden weggenomen, hetzelve (de Wet) aan het kruis genageld hebbende;

Nieuwe Schepping

Door Zijn dood en Opstanding zijn wij, in Christus, Eerstelingen van de nieuwe Schepping. En God rekent alleen met die nieuwe Schepping. Wij hebben – in Christus – de Goddelijke natuur ontvangen en kúnnen daardoor, in de ogen van God, niet zondigen. Daarom zou een Christen zich niet meer laten leiden door de Wet, maar door de in hem wonende Geest van Christus, oftewel de nieuwe mens. Wij zouden de oude mens voor dood houden. Dat doet God immers ook!

2 Petrus 1
4 Door welke ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij door dezelve der goddelijke natuur deelachtig (= de nieuwe mens in Christus) zoudt worden, nadat gij ontvloden zijt het verderf (= de natuurlijke, oude mens) dat in de wereld is door begeerlijkheid. 

Galaten 5
24 Maar die van Christus zijn, hebben het vlees (= de natuurlijke, oude mens) gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden. 25 Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen. (= de nieuwe mens in Christus)

1 Johannes 3
9 Een ieder, die uit God geboren is (wedergeboren is), die doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.

Hij is wedergeboren en dus een nieuw schepsel.

Terug naar de Bergrede

De Heere Jezus zegt dus tegen Zijn toehoorders dat de Wet anders in elkaar zit dan de Farizeeën en Schriftgeleerden zeggen. Zij deden immers afbreuk aan de Wet van God. Zij maakten regels en interpretaties zodat aan de Wet kon worden voldaan. De Heere Jezus laat zien dat de mens helemaal niet aan de eisen van de Wet kan voldoen…

 LEES VERDER IN DE PDF De Bergrede_pdf

De Bergrede

De Bergrede

Tags: ,

Reageren