De wonderbare visvangst

De wonderbare visvangst is een beeld van de roeping van de Gemeente, en de voltooiing ervan. De 153 vissen worden aan land gebracht. Het trekken van het net tot op de oever, is een beeld van de opname van de Gemeente. Alle vissen kwamen op de oever; alle gelovigen gaan mee met de opname. Waarom waren het specifiek 153 vissen? Deze studie geeft duidelijkheid hierover.

Wonderen en tekenen

Wonderen worden in de Bijbel ook wel ‘tekenen’ genoemd. Ze werden gedaan, en opgeschreven, met de bedoeling dat men zou geloven in de Heere Jezus, als de beloofde Messias, de Zoon van God. Maar ondanks deze wonderen en tekenen, geloofde men dit niet. Dit, terwijl zij er met hun neus bovenop zaten! Ondanks alle, aan de Joden, betoonde krachten en wonderen, werd Hij door hen gedood.

Johannes 12
37 En hoewel Hij zovele tekenen voor hen gedaan had, nochtans geloofden zij
(het Joodse Volk) in Hem niet;

Bijbelse wonderen hebben geen praktisch nut

De Bijbelse wonderen zijn overduidelijk echte wonderen. Het zijn geen dingen die per toeval zouden kunnen gebeuren. Er vinden zaken plaats die, normaal gesproken, niet plaats kunnen vinden. Zoals; lammen die gaan lopen, het opstaan van doden, of mensen die over water lopen. Wonderen die in de Bijbel staan, hebben zelden of nooit praktisch nut, maar dienen een ander doel. De functie van wonderen in de Bijbel is om de ‘Werking van de Levende God’ te demonstreren. Neem nou de doortocht door de Schelfzee: … een andere route had korter en praktischer geweest! Of het voorbeeld van Gideon. Gideon vroeg twee keer om een teken. Een schapenvacht werd nat, en ook droog …Wat is daar nou het praktische nut van? (zie ook de studie ‘Wonderen en tekenen)

Zodat wij zouden geloven en het Leven hebben

De wonderen die de Heere Jezus Christus gedaan heeft, hebben een typologische, profetische, overdrachtelijke betekenis. Het zijn illustraties, plaatjes, van het Werk, wat de Heere na Zijn Opstanding zal doen. In het Evangelie van Johannes vinden we acht tekenen. Hij heeft deze tekenen dus beschreven, zodat wij zouden geloven, dat Jezus is de opgestane Christus, de Zoon van God.

Wonderen ofwel tekenen

Het 1e wonder:  Joh. 2  –  Water in Wijn veranderd
Het 2e wonder:  Joh. 4  –  De opwekking van de zoon van de hoveling
Het 3e wonder:  Joh. 5  –  De genezing van de zieke in Bethesda
Het 4e wonder:  Joh. 6  –  De wonderbare spijziging van 5000 mannen
Het 5e wonder:  Joh. 6  –  De wandeling op de zee
Het 6e wonder:  Joh. 9  –  De genezing van de blindgeborene
Het 7e wonder:  Joh. 11 –  De opwekking van Lazarus uit de dood
Het 8e wonder:  Joh. 21 –  De wonderbare visvangst van 153 vissen

Deze acht tekenen moeten meer dan genoeg zijn om te geloven dat Jezus is de Christus, de Zoon van God. En dat je door geloof eeuwig leven hebt in Zijn Naam. Voor een ongelovige zijn een miljoen woorden en tekenen nog niet genoeg, maar voor elke gelovige zijn deze acht tekenen meer dan genoeg. Bovendien herkennen wij, door de Heilige Geest, de profetische en typologische betekenissen van deze tekenen. ‘Wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen’. Wij leven nu vanuit vertrouwen, zonder al echt te zien.

Johannes 20
29 Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.

De visvangst van de 153 vissen ná de Opstanding van Christus

‘De wonderbare visvangst van de 153 vissen’,  is het laatste wonder, beschreven in het Evangelie volgens Johannes. Dit wonder vond plaats ná de Opstanding van de Heere Jezus Christus, in tegenstelling tot de andere zeven wonderen die Johannes heeft beschreven. Er zijn nog veel meer wonderen door de Heere Jezus (Christus) gedaan, maar déze acht heeft Johannes opgeschreven.

Johannes 20
25 En er zijn nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft, welke, zo zij elk bijzonder geschreven wierden, ik acht, dat ook de de wereld zelve de geschrevene boeken niet zou bevatten. Amen.

Johannes 21

1 Na dezen openbaarde Jezus Zichzelven wederom den discipelen aan de zee van Tiberias. En Hij openbaarde Zich aldus:
2 Er waren te zamen Simon Petrus, en Thomas, gezegd Didymus, en Nathanaël, die van Kana in Galilea was, en de zonen van Zebedeüs, en twee anderen van Zijn discipelen.
3 Simon Petrus zeide tot hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tot hem: Wij gaan ook met u. Zij gingen uit, en traden terstond in het schip; en in dien nacht vingen zij niets.
4 En als het nu morgenstond geworden was, stond Jezus op den oever; doch de discipelen wisten niet, dat het Jezus was.
5 Jezus dan zeide tot hen: Kinderkens, hebt gij niet enige toespijs? Zij antwoordden Hem: Neen.
6 En Hij zeide tot hen: Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en gij zult vinden. Zij wierpen het dan, en konden hetzelve niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.
7 De discipel dan, welken Jezus liefhad, zeide tot Petrus: Het is de Heere! Simon Petrus dan, horende, dat het de Heere was, omgordde het opperkleed (want hij was naakt), en wierp zichzelven in de zee.

en verder…

8 En de andere discipelen kwamen met het scheepje (want zij waren niet verre van het land, maar omtrent tweehonderd ellen), slepende het net met de vissen.
9 Als zij dan aan het land gegaan waren, zagen zij een kolenvuur liggen, en vis daarop liggen, en brood.
10 Jezus zeide tot hen: Brengt van den vissen, die gij nu gevangen hebt.
11 Simon Petrus ging op, en trok het net op het land, vol grote vissen, tot honderd drie en vijftig; en hoewel er zovele waren, zo scheurde het net niet.
12 Jezus zeide tot hen: Komt herwaarts, houdt het middagmaal. En niemand van de discipelen durfde Hem vragen: Wie zijt Gij? wetende, dat het de Heere was.
13 Jezus dan kwam, en nam het brood, en gaf het hun, en den vis desgelijks.
14 Dit was nu de derde maal, dat Jezus Zijn discipelen geopenbaard is, nadat Hij van de doden opgewekt was.

Grote vissen

Deze wondere visvangst, uit Johannes 21, vindt dus plaats nadat de Heere Jezus Christus is opgestaan uit de doden. Deze gebeurtenis spreekt, op typologische wijze, over datgene wat in heel onze vijfde Bedeling plaatsvindt. Wij leven nu in de vijfde Bedeling der Genade Gods, de Bedeling der Verborgenheid. Wat er momenteel gebeurt in Gods Heilsplan, wordt ons, op een profetische manier, ook al bekend gemaakt in Genesis 1. De zeven Scheppingsdagen zijn namelijk een beeld van de zeven Bedelingen. En op de vijfde Scheppingsdag worden ‘grote vissen’ geschapen.

Ha Thananim  =  grote vissen = 40.50.10.50.400.5  = 555

Genesis 1
20 En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!
21 En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
22 En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeën; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde!
23 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.

Typologie van deze wonderbare visvangst

In de dood en Opstanding van de Heere Jezus Christus, is er een einde gekomen aan de vierde Bedeling der Wet. Deze wonderbare visvangst is een illustratie, een beeld, van het feit dat in deze vijfde Bedeling, het Evangelie van het Nieuwe Verbond der Genade, gepredikt wordt aan de gelovige Heidenen. (Heidenen zijn in de Bijbel alle niet-Joden) Het Joodse Volk keerde zich af van de Heere, en wilde het Nieuwe Verbond niet aannemen. Vanwege ongeloof, en verwerping van de Messias, heeft de Heere toen Zijn Handen afgetrokken van het Joodse Volk. Pas na de grote Verdrukking over Israël, (het oordeel over Zijn Volk), zal Israël geloven, en daardoor ook gaan leven onder het Nieuwe Verbond.

Markus 13
19 Want die dagen zullen zulke verdrukking (oordeel) zijn, welker gelijke niet geweest is van het begin der schepselen, die God geschapen heeft, tot nu toe, en ook niet zijn zal.
20 En indien de Heere de dagen niet verkort had, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil, die Hij heeft uitverkoren (het Volk Israël), heeft Hij de dagen verkort.

De Gemeente in de plaats van het Joodse Volk

Toen het Joodse Volk de Heere Jezus niet als haar Messias erkende, en zij Hem afwees, heeft God de Komst van een geopenbaard Koninkrijk op aarde uitgesteld. Jeruzalem is verwoest, en het Joodse Volk verstrooid onder de Volkeren. Na de uitstorting van de Heilige Geest is God begonnen Zich een nieuw Volk te verwerven. Een Hemels Volk voor een Hemels Koninkrijk. Dit Volk bestaat uit alleen maar gelovigen, ofwel wedergeboren mensen. Zodra iemand in Hem gelooft, als Heere en Verlosser, ontvangt hij Gods Geest in zijn hart, en daarmee nieuw en eeuwig leven.

Zowel Jood als Griek

Het Verlossingswerk van de Heere Jezus is alles omvattend. Elk mens, zowel Jood als niet-Jood (Heiden), kan er, door geloof, deel aankrijgen. Door geloof en uit Genade, behoort hij dan bij het Hemelse Volk, de Gemeente, Zijn Lichaam. Hij is dan een kind van God geworden. Hij leeft dan onder het Nieuwe Verbond der Genade. Het ongelovige Joodse Volk leeft nog steeds onder het Oude Verbond der Wet, zij gelooft immers niet in de opgestane Christus. Het Joodse Volk is nu nog steeds ongelovig. Dat zal in de (nabije) toekomst veranderen.

Efeze 3
6 Namelijk dat de heidenen (gelovige niet-Joden) zijn mede-erfgenamen, en van hetzelfde lichaam (Zijn Lichaam, de Gemeente), en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;
7 Waarvan ik (Paulus) een dienaar geworden ben, naar de gave der genade Gods, die mij gegeven is, naar de werking Zijner kracht.
8 Mij, den allerminste van al de heiligen (= gelovigen), is deze genade gegeven, om onder de heidenen (niet-Joden) door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus,

Galaten 3
26 Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.
27 Want zovelen als gij in Christus gedoopt (gedrenkt) zijt, hebt gij Christus aangedaan.(= éénwording, Hij het Hoofd, de gelovigen Zijn Lichaam)
28 Daarin is noch Jood noch Griek (heiden); daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen (= alle gelovigen) zijt één in Christus Jezus.
29 En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

LEES VERDER IN DE PDF ‘DE WONDERBARE VISVANGST’- pdf

De wonderbare visvangst

De wonderbare visvangst

Reageren