Wonderen en tekenen

Wonderen en tekenen 

Wonderen worden in de Bijbel ook wel ‘tekenen’ genoemd, maar wonderen en tekenen zijn exact hetzelfde. Zij werden gedaan, en opgeschreven, met de bedoeling dat men zou geloven in de Heere Jezus, als de beloofde Messias, de Zoon van God. Maar ondanks deze wonderen en tekenen, geloofde men dit niet. Dit, terwijl zij er met hun neus bovenop zaten! Ondanks alle, aan de Joden, betoonde krachten en wonderen, werd Hij door hen gedood.

Johannes 20
30 Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek;
31 Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.

 Johannes 12
37 En hoewel Hij zovele tekenen voor hen gedaan had, nochtans geloofden zij in Hem niet;

Zaken die wij niet in de hand hebben

Wij mensen lopen vaak tegen de tekortkomingen aan van ons eigen lichaam. Maar niet alleen die van ons lichaam. Wij lopen tegen allerlei tekortkomingen aan. Dat brengt deze  oude Schepping nou eenmaal met zich mee, en dat geeft soms grote zorgen. Voor eigen welzijn en gezondheid zouden wij dan graag zien dat een Hogere Macht deze ongemakken verhelpt. In alle religies vind je dit verschijnsel. Niet alleen in het Christendom, maar In alle religies wordt, de daarbij behorende, god geclaimt om dingen te doen, die wij niet kunnen. Trouwens, ook ongelovigen hopen op wonderen.

Bijbelse wonderen hebben geen praktisch nut

De Bijbelse wonderen zijn overduidelijk echte wonderen. Het zijn geen dingen die per toeval zouden kunnen gebeuren. Er vinden zaken plaats die normaal gesproken niet plaats kunnen vinden. Zoals; lammen die gaan lopen, het opstaan van doden, of mensen die over water lopen. Wonderen die in de Bijbel staan, hebben zelden of nooit praktisch nut, maar dienen een ander doel. De functie van wonderen in de Bijbel is om de ‘Werking van de Levende God’ te demonstreren. Neem nou de doortocht door de Schelfzee: … een andere route had korter en praktischer geweest! Of het voorbeeld van Gideon. Gideon vroeg twee keer om een teken. Een schapenvacht werd nat en ook droog… Wat is daar nou het praktische nut van?

Wonderen bewijzen de Goddelijke zending van degene die de wonderen verricht

Wat in de Bijbel wonderen en tekenen worden genoemd, hebben tot doel de Goddelijke zending te bewijzen, van degene die de wonderen verricht. Want met de doortocht door de Schelfzee, werd Mozes aangewezen en erkend door het Volk Israël als de door God gezonden verlosser. En de bloeiende staf van Aäron, had natuurlijk helemaal geen nut, maar het wees aan dat hij de door God aangestelde Hogepriester was. Er steekt altijd meer achter de wonderen en tekenen, maar het begint met de autorisatie, de bevoegdheid, van degene die die tekenen doet. Naast die autorisatie (volmacht) van God, zijn tekenen een symbolische uitbeelding van iets anders.

Tekenen hebben een typologische of profetische betekenis

Wonderen zijn tekenen. Achter die wonderen, die tekenen, zit dan ook een typologische en/of profetische betekenis. Een teken is een uitbeelding van iets anders. En dan niet het praktische nut, maar de symbolische betekenis. Een voorbeeld: de geboorte van de Zoon uit de maagd wordt in het Oude Testament al aangekondigd als een teken. Een teken dat als teken, als wonder, vervuld werd in de nacht waarin Hij geboren werd.

Jesaja 7
14 Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUËL heten.
15 Boter en honig zal Hij eten, totdat Hij wete te verwerpen het kwade, en te verkiezen het goede.

Mattheüs 1
21 En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
22 En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden, hetgeen van den Heere gesproken is, door den profeet (= Jesaja), zeggende:
23 Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Emmanuël; hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.

Al in het Oude Testament aangekondigd

De tekenen die de Heere Jezus deed, en ook de tekenen die later de apostelen deden, zijn niet zomaar wonderen. Deze tekenen zijn gebeurtenissen die in het Oude Testament al zijn aangekondigd. Het is dus niet zo dat God, bij gelegenheid, zomaar Zijn trukendoos opengooide. Want hoe zouden de Joden de Messias moeten (her-)kennen, als de wonderen die Hij deed niet in de Schriften waren terug te vinden? Als Hij de wonderen zomaar uit het niets had gedaan?

Tekenen dat Hij de Zoon van God is

De Heere Jezus heeft heel veel tekenen gedaan. Als teken dat Hij de Zoon van God is. Deze wonderen hadden het Joodse Volk wakker moeten schudden. Maar het ongelovige Joodse Volk wilde, door volharding in ongeloof, de typologische en profetische betekenis áchter deze wonderen niet begrijpen. Uit deze tekenen had men moeten begrijpen dat Hij de Messias wel moest zijn. Johannes de Doper begreep de tekenen wél…

Lukas 7
20 En als de mannen tot Hem gekomen waren, zeiden zij: Johannes de Doper heeft ons tot U afgezonden, zeggende: Zijt Gij, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?
21 En in dezelfde ure genas Hij er velen van ziekten en kwalen, en boze geesten; en velen blinden gaf Hij het gezicht.
22 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Gaat heen, en boodschapt Johannes weder de dingen, die gij gezien en gehoord hebt, namelijk dat de blinden ziende worden, de kreupelen wandelen, de melaatsen gereinigd worden, de doven horen, de doden opgewekt worden, den armen het Evangelie verkondigd wordt.

Genezingen

De Heere Jezus, de Messias, was natuurlijk niet alleen aan de wonderen te herkennen. Het Joodse Volk had Hem ook via Zijn afkomst kunnen herkennen: Zijn afstamming van David. En zij had Hem ook kunnen herkennen omdat ‘het de tijd was’, volgens de profetieën van Daniël. De Heere Jezus deed inderdaad de dingen die in het Oude Testament gezegd waren. Zoals Hij te herkennen is in de Messiaanse profetieën in Jesaja: de Messias zou op één of andere wijze genezing tot stand brengen. En letterlijk genas de Heere Jezus blinden, doven, kreupelen en melaatsen. Duidelijker kon niet, zou je zeggen!

Jesaja 58
8 Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen.

Jesaja 35
5 Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren zullen geopend worden.
6 Alsdan zal de kreupele springen als een hert, en de tong des stommen zal juichen; want in de woestijn zullen wateren uitbarsten, en beken in de wildernis.

De wonderen zijn ergens een beeld van

Mattheüs 15
30 En vele scharen zijn tot Hem gekomen, hebbende bij zich kreupelen, blinden, stommen, lammen, en vele anderen, en wierpen ze voor de voeten van Jezus; en Hij genas dezelve.
31 Alzo dat de scharen zich verwonderden, ziende de stommen sprekende, de lammen gezond, de kreupelen wandelende, en de blinden ziende; en zij verheerlijkten den God Israëls.

Maar deze genezingen, deze wonderen, waren, zoals gezegd, ergens een beeld van. Ze hadden een betekenis. Als men blind is, kan men het Licht niet zien, oftewel men is dan ongelovig. Wanneer men doof is, kan men Zijn Woord niet horen, oftewel men is ongelovig. Als men lam of kreupel is, kan men niet stevig in Zijn Woord staan en Zijn Weg niet volgen, oftewel men is dan ongelovig. In de laagste toepassing is het de geestelijke blindheid, doofheid en kreupelheid van de natuurlijke mens. Geloof in de Heere Jezus Christus en Zijn Woord is de oplossing voor al deze aandoeningen. Hij geeft nieuw, onsterfelijk Leven aan iedereen die gelooft. De blindheid en doof -stomheid en het kreupel zijn, verdwijnen na wedergeboorte.

Jesaja 29
18 En te dien dage
(als het Nieuwe Verbond is aangebroken) zullen de doven horen (horen = gehoorzamen = geloven) de woorden des Boeks (het Woord van God); en de ogen der blinden, zijnde uit de donkerheid en uit de duisternis, zullen zien. (wedergeboorte; nieuw leven)

Verborgen Koninkrijk

Handelingen 28
28 Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods den heidenen
(niet-Joden) gezonden is, en dezelve zullen horen. (horen = gehoorzamen = geloven)

De hogere toepassing is, dat de kreupelen en de blinden en doven, een beeld zijn van de heidenen; de Gemeente. De heidenen, oftewel niet-Joden, zijn op grond van geloof deelgenoot geworden van de Zegeningen, de Beloften en Erfenissen die God in eerste instantie beloofd had aan Israël. Aan de Gemeente is de Zaligheid gegeven die eigenlijk bestemd was voor het Joodse Volk. Onder het Oude Verbond was dit een verborgenheid. Dus ook ten tijde van de Heere Jezus, was dit verborgen.

Zalig zij die niet zien en tóch geloven

Doven en blinden (de gelovigen uit de heidenen, de tien-stammen; de Gemeente) zouden respectievelijk geestelijk horen en zien wat voor de wereld onzichtbaar is. En Paulus heeft hen, en ons, de verborgenheden dan ook bekend gemaakt. Net zoals de tekenen, spreken ook de gelijkenissen over de verborgenheden van het Koninkrijk der Hemelen. Het Koninkrijk, dat door ongeloof van de Joden niet werd geopenbaard op aarde, is nu een verborgen Koninkrijk in de Hemelen. Waar Christus zit aan de Rechterhand van de Vader. Hij is nu Koning en Hogepriester van een Hemels Volk: de Gemeente, Zijn Lichaam. (zie studie Efeze 3 Verborgenheid)

Mattheüs 13
10 En de discipelen tot Hem komende, zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen?
11 En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u (de Gemeente) gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien ( het Joodse Volk) is het niet gegeven.

Ook de apostelen verrichtten wonderen

De apostelen hebben ook wonderen gedaan. Ook voor hen waren deze wonderen een autorisatie, een ‘bewijs’, van hun Goddelijke zending. Binnen Bijbelse maatstaven maakte dit hen hiermee ook tot profeten. Apostelen waren, net als de Heere Jezus, profeten, want zij werden geleid door God. Zij hadden gezag gekregen van de Heere; zij genazen mensen en dreven demonen uit.

Handelingen 2
43 En een vreze (ontzag) kwam over alle ziel; en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.

De tekenen, de wonderen, vonden niet meer plaats

Deze tekenen en wonderen hielden op toen duidelijk werd dat de Joden ook ná de Opstanding en Hemelvaart niks van de Heere Jezus Christus wilden weten. Dat deze wonderen van de apostelen daadwerkelijk waren gestopt, kun je lezen in de Brieven. Of beter gezegd: we vinden geen tekenen meer in de Brieven. Wel vinden we daarin terug dat Paulus flink last had van ‘een scherpe doorn in het vlees.’ En Timotheüs had maagpijn. Zij hadden dus duidelijk geen gave van genezing meer.

Het zag er even hoopvol uit

In het begin van Handelingen leek het er nog op dat op aarde alles aan Christus onderworpen zou worden. Het Koninkrijk van Christus werd op aarde gepredikt in alle Heidense talen en met vele grote wonderen en tekenen. Tegen alle verdrukkingen in kwamen er velen tot geloof in de Heere Jezus Christus. Velen werden toegevoegd aan de Gemeente, het Lichaam van Christus. Zelfs de gevangenisdeuren gingen voor Gods dienstknechten open.

Nog geen geopenbaard Koninkrijk van Christus

Maar aan het einde van Handelingen was er op aarde nog maar weinig over van al die grote manifestaties. Het bleek steeds meer dat er in deze Bedeling geen sprake meer zou zijn van het Geopenbaard Koninkrijk van Christus op aarde. Het Joodse Volk bleef in ongeloof. Wonderen hielden op, vreemde tongen en talen verstomden. Ná de zeventigste Jaarweek zal ook het Joodse Volk uiteindelijk genezing vinden. Dan zullen haar ogen worden geopend. Dan zal ook het Volk Israël de Heere aannemen als Verlosser en Messias. En dan is het de tijd dat de Heere Zijn, nu verborgen Koninkrijk der Hemelen, uitbreidt over de aarde.

Lees verder in de PDF WONDEREN_EN_TEKENEN_PDF

Wonderen en tekenen

Reageren